Sinds ik de beslissing heb gemaakt om docent geschiedenis te worden krijg ik erg veel complimenten. Zeer veel mensen vinden dat ik een goede keuze heb gemaakt. Ook krijg ik van veel collega’s te horen dat zij spijt hebben dat ze twintig jaar geleden die keuze niet gemaakt hebben.
Uiteraard zijn er mensen die het niets voor mij vinden. Snappen niet wat ik met geschiedenis moet en denken dat ik die pubers niet aan kan. Ook kreeg ik de vraag hoe ik er toch bij kom om ondanks mijn stotteren voor de klas te gaan staan.
Tjah. Het stotteren. Uiteraard heb ik daar wel over nagedacht. Maar ik wil niets uit de weg gaan door het stotteren. Net zoals ik een paar jaar terug nog druk bezig was om presentator te worden.
De enige consequentie die ik kan bedenken is dat de kinderen korter vakantie zullen hebben omdat ik er langer over doe om de lesstof uit te leggen. Maar ja, die pubers moeten er maar iets voor over hebben.
Bij sommige woorden en lettergrepen stotter ik soms meer. Tijdens het lesgeven zal ik daar denk ik weinig problemen mee hebben. Vooral omdat ik dan waarschijnlijk lekker actief dingen aan het uitleggen ben wat mij echt boeit. Maar ik zie de bui al hangen bij het doorlopen van de namen. Wie er wel is en wie er niet is. Ik kan je nu al vertellen dat ik bij sommige namen flink ga hangen.
Ach ja, we zullen zien hoe het gaat. Zeker is dat ik door blijf zetten. Niets gaat mij tegenhouden om les te geven!




















Het is echt onze schuld. We hebben de finale niet gehaald. We hebben verloren.
Net als vorig jaar ben ik weer zo gek om op de wielrenfiets te stappen en een flinke ronde te maken. Zelf heb ik helaas geen wielrenfiets dus heb er maar weer één geleend bij mijn schoonouders.
Weet je…





















